Welke problemen?
KINDEREN kunnen een signaal geven:
hoofd- en buikpijn
eet- en slaapproblemen
zich terugtrekken
stemmingswisselingen
somberheid, angsten (o.a. faalangst)
veel ruzie maken
agressief gedrag
pesten en gepest worden
OUDERS kunnen vragen hebben over:
hun manier van opvoeden
de ontwikkeling van hun kind
de onbereikbaarheid van hun kind
het gedrag van hun kind buitenshuis
de weerbaarheid van hun kind
zwakke studievaardigheden
druk, overbeweeglijk gedrag
opstandig gedrag bij hun kind
de gevolgen van echtscheiding voor hun kind
de werkhouding van hun kind op school
JONGEREN/ SCHOLIEREN hebben eigen zorgen:
twijfelen aan zichzelf
voelen zich niet begrepen
komen anders over dan zij willen
voelen zich eenzaam
piekeren over de relatie met hun ouders
vrienden maken en houden
spanningen thuis en/of op school
niet gemotiveerd zijn voor school
angsten (o.a. faalangst)
STUDENTEN ervaren nog andere knelpunten:
zien het niet meer zitten
loskomen van het ouderlijk huis
problemen van vroeger komen boven
verwerken van een verbroken relatie
omgaan met kritiek
uitstelproblemen
onzekerheid over studiekeuze
indeling studie- en vrije tijd
problemen bij stage lopen
opzien tegen leiding geven
Bij VOLWASSEN komen we regelmatig levensfasegerelateerde vragen tegen zoals:
positieverandering binnen het gezin
carrièreverandering
veranderingen binnen het sociaal netwerk
opgelopen innerlijke ‘blessures’ (bv na verlies of scheiding)
problemen binnen het familiesysteem
relatie- en/of communicatieproblemen